Social media & employee advocacy: managers mogen niet a-sociaal zijn

Employee advocacy of employee engagement, het zijn termen die je steeds vaker hoort. Niet vreemd, want de netwerken van medewerkers zijn zeer waardevol en mensen vinden het prettig om met mensen te praten, niet met logo’s. Verschillende organisaties hebben handig gebruik gemaakt van de kracht van hun medewerkers. Denk aan Rabobank, die duizenden medewerkers op ‘social media-les‘ stuurde. De vraag is: kunnen dit soort programma’s een succes worden zonder het goede voorbeeld van het management? En kan een manager nog ouderwets a-sociaal zijn?

Vertrouwen

Niet voor niets zetten steeds meer bedrijven hun medewerkers in om gebruik te maken van hun sterke netwerken en via content en conversatie relaties aan te gaan, vaak gaat dit onder de naam employee advocacy of employee engagement. Welke naam je het ook geeft, het gaat om het vertrouwen dat medewerkers uitstralen. Edelman Trust Barometer 2017 geeft hiervan een goed beeld. ‘Mensen zoals jijzelf’, worden het meest vertrouwd. Dus mensen met een vergelijkbare sociale status, leeftijd, opleiding, et cetera. Ook experts scoren goed, zoals technische experts. Kort daarop volgt de medewerker.

Echter, de CEO scoort laag. Zelfs lager dan ooit. Hier is dus werk aan de winkel. Want iedere CEO mag dan wel een profiel hebben op LinkedIn en in het bezit zijn van een Twitteraccount, de invulling van de accounts zijn vaak schrikbarend. Het LinkedIn-account is maar half ingevuld en op Twitter is de meest recente tweet van vier jaar terug.

 

Een voorbeeld? Marco Keim is voormalig CEO van Aegon Nederland en nu werkzaam voor Aegon in Europa. Hij zegt letterlijk in zijn bio: “Vragen over Aegon kun je stellen aan @Aegon_NL | Ik volg Twitter graag, ben zelf niet heel actief.” In combinatie met zijn lege LinkedIn-account met nul connecties straalt hij het tegenovergestelde uit van transparantie, vertrouwen en dialoog. Zijn opvolger is ook niet actief.

 

Voor een aantal CXO’s en managers moet het vertrouwen worden opgekrikt, niet alleen naar partners en klanten, ook naar de interne organisatie. Management heeft een voorbeeldfunctie te vervullen. Medewerkers aansporen om social media in te zetten voor sales, reputatie of recruitment zonder dat je zelf dit middel inzet, is niet chique.

Goed voorbeeld doet volgen

Roel Haanappel (Unit4), de nummer één most engaged marketeer van 2016, geeft op een eenvoudige manier aan hoe belangrijk medewerkers voor een organisatie zijn: “Employee engagement drives sales.” Hij helpt zijn collega’s met het stoppen van verkopen en het starten van het dialoog met de klant.

Als je als organisatie begrijpt dat het inzetten van de netwerken en de kennis van medewerkers belangrijke attributen zijn voor het drijven van sales en het verhogen van de reputatie, dan zul je social media niet alleen ‘bottom up’ moeten inzetten, maar ook ‘top down’. Het managementteam hoort het voorbeeld te zijn voor haar werknemers, waarin ze vooroploopt in het bouwen van relaties, het voeren van een open dialoog en het bieden van transparantie. Dit zijn talenten die een goede manager-eigen moet zijn en die van invloed zijn op het gedrag van de werknemers.

Sterker nog, je hebt een executive champion nodig. Eens sponsor die zichtbaar is en een supporter van het employee advocacy-programma, die voor je in de bres springt als dat nodig is en de nodige acties neemt om tot een succesvol resultaat te komen.

Gebrek aan kennis kost tijd

Tijd. Het gebrek hieraan is een van de grootste oorzaken voor een manager of directeur om aan zijn of haar profiel te werken. Een groter probleem is misschien wel het ontbreken van kennis, waardoor de tijd die ze aan social media willen besteden onevenredig hoog wordt. Daarbij komt ook nog eens dat socialmedia-kanalen keer op keer veranderen. Een knopje dat gister nog rechtsboven stond, kan vandaag plotseling achter een menu verscholen zitten. Een directeur heeft nu nét even geen tijd om uit te zoeken hoe hij bijvoorbeeld zoiets ‘eenvoudigs’ als een profielfoto kan wijzigen. Het ontbreken van kennis kost dus méér tijd.

Het waar dat elke socialmedia-activiteit tijd kost. Niet alleen het zoeken van content kost tijd, het plaatsen ook. En daarna begint het pas echt, want de kans is groot dat mensen gaan reageren. En ook dat kost weer tijd.

Kennis halen uit de organisatie, maar bij wie?

Een directeur heeft de beschikking over medewerkers. Die kunnen hem of haar helpen met social media. Maar bij wie ga je te rade? Vaak zitten de echte socialmedia-experts in de marketing- of salesorganisatie, alleen juist deze mensen hebben het druk in de altijd veranderende wereld van social media. Ze houden zich bezig met performance-marketing of social selling, of zitten juist aan de creatieve kant. En die vers-afgestudeerde medewerker is te junior om met een directeur om de tafel te gaan zitten. Het is niet altijd makkelijk om iemand binnen de organisatie te vinden met kennis van social media en personal branding.

Hierover een hulpvraag stellen binnen de organisatie is hetzelfde als op de company meetingvertellen dat je de boot hebt gemist. Het is raadzaam een socialmedia-expert in de arm te nemen die discreet is. Iemand bij wie een manager zijn of haar zwaktes kwijt kan, zonder dat dit uitmondt in geroezemoes op de werkvloer. Dit kan net zo goed een socialmedia-expert van buiten de organisatie zijn.

Aan de slag

De tijd van het verschuilen achter ‘geen tijd’ is voorbij. Er is weinig tijd, dat is wat anders. Binnen die geringe tijd zal een directeur of manager op een efficiënte wijze aan de bak moeten. Als een manager wel graag wil, maar niet de kennis en tijd heeft, dan helpen deze zeven tips:

  1. Koppel de manager aan een socialmedia-expert. Iemand bij wie hij of zij zich prettig voelt en die hij of zij kan vertrouwen. Dit kan ook iemand van buiten de organisatie zijn.
  2. Bouw een ‘personal brand’. Bepaal op welke onderwerp of thema de manager erkend wil worden. Zorg dat er ook een menselijke of persoonlijke kant gecommuniceerd wordt, dus niet alleen over het bedrijf.
  3. Ondersteun de manager. De agenda van een manager laat het niet toe om naar die ene socialmedia-sessie te komen. Zorg voor maatwerk één-op-één-sessies, plan tijd in voor activiteit en werk nauw samen met de ondersteuning van het management. Voorzie de manager van lijsten met influencers en klanten die interessant zijn om mee te verbinden.
  4. Zend niet alleen content vanuit de eigen organisatie, maar deel juist ook zaken van buiten.
  5. Zorg dat er frequent suggesties voor content binnenkomen, dit kan in samenwerking met marketing en pr.
  6. Laat de manager zelf de conversatie aangaan op social media, ondersteun waar nodig.
  7. Zorg dat de manager het vertrouwen uitspreekt naar zijn medewerkers op het gebied van socialmedia-gebruik.

‘Top down’ social engagement is een must binnen een organisatie en is het voorland voor succesvolle employee advocacy-programma’s en andere socialmedia-activiteiten, die impact kunnen hebben op reputatie, recruitment en sales. Managers, geef het voorbeeld en laat je medewerkers volgen.

3 tips voor het toepassen van employee advocacy

Uit onderzoek blijkt dat medewerkers graag hun steentje bijdragen aan de social media presence van hun organisatie. Ze willen ambassadeur zijn, maar missen ondersteuning. Ook hebben ze structurele programma’s nodig om in actie te komen. Ik geef je een korte blik op de resultaten uit het onderzoek, aangevuld met drie tips voor het toepassen van employee advocacy.

Het wereldwijde onderzoek is gedaan door Lewis, een internationaal bureau in PR en marketing. Uit het onderzoek blijkt dat de helft van de ondervraagde bedrijven niets doet met employee advocacy, terwijl van die bedrijven de helft van de medewerkers zouden willen bijdragen. Hiermee laten ze dus een kans liggen. Zeker als je daarin meeneemt dat 60% van de ondervraagde medewerkers gelooft dat employee advocacy bijdraagt aan employee engagement.

Er zijn twee redenen waarom organisaties falen met employee advocacy:

  • Bedrijven hebben de basis niet op orde

Hier zijn twee dingen aan de hand. Ten eerste blijkt dat veel bedrijven hun eigen social media strategie niet op orde hebben. Daardoor zijn ze niet in staat om een employee advocacy programma op te zetten. 73% van de ondervraagden vindt dat hun bedrijf meer activiteit zou moeten vertonen op social media.

Ten tweede zijn sommige bedrijven zelf actief op social media, maar wordt er weinig ruimte gegeven aan medewerkers. Sommige websites worden geblokkeerd of het gebruik van social media wordt simpelweg niet gestimuleerd.

  • De ‘common values’ staan niet op één lijn

De waarden van de organisatie zijn niet dezelfde waarden als die van de medewerker. Het feit dat zes van de tien medewerkers verschillende accounts aanhouden voor professioneel en persoonlijk gebruik zegt misschien wel genoeg.

Een basis als Het Nieuwe Werken, waar je niet stuurt op aanwezigheid maar op resultaat geeft een goede basis voor employee advocacy. Het mag niet vreemd zijn om op kantoor collega’s te zien met Facebook, Twitter of LinkedIn op hun beeldscherm. Het dichtzetten van deze kanalen is al helemaal niet van deze tijd, want iedereen heeft een kleine computer in hun zak.

Aan de hand van bovenstaande bevindingen geef ik je drie tips voor het toepassen van Employee Advocacy:

  1. Geef medewerkers de ruimte. Zet alle social media sites open en stimuleer het gebruik hiervan. Het is niet raar als mensen Facebooken op het werk.
  2. Zorg voor een sterke social media strategie met relevante content waar medewerkers trots op kunnen en die zo goed is dat ze het willen delen.
  3. Concentreer je in de eerste instantie op de enthousiaste groep medewerkers, maak gebruik van hun bereidheid om aan de slag te gaan. Train en beloon ze. Anderen zullen volgen.

—————————————————————————————-

Drie zaken waarbij ik je kan helpen:

– Het opzetten of aanscherpen van een social media strategie.

– Ik help je organisatie met het opzetten en executeren van een employee advocacy programma. Ik geef ook Employee Advocacy training bij Frankwatching.

– Ik ondersteun met BoardroomSocial.com management bij het voeren van een effectieve en efficiënte social media presence.

Influencers? In 7 stappen een strategie voor B2C & B2B

Dit artikel verscheen eerder op Frankwatching.

Influencer-marketing is hot! Veel marketeers zijn ervan overtuigd dat influencers een belangrijke rol spelen in het beïnvloeden van andere mensen. Niet voor niets bestaan er verschillende bedrijven die zich volledig hebben gespecialiseerd in influencer-marketing. Merken betalen geregeld influencers om hun product te promoten. Maar hoe ga je nu echt de connectie aan met influencers?

 

De populariteit van influencer marketing neemt snel toe. Maar hoe ga je ermee aan de slag? Aan de hand van zeven stappen en het influencer model vertel ik je hoe je met inzet van de werknemers van je organisatie planmatig een influencer-strategie kunt implementeren. Met gebruik van de kennis en passie van collega’s, uit alle lagen van je onderneming, ga je aan authentieke relaties bouwen, die niet in te kopen zijn. Ik neem je graag in zeven stappen mee naar een influencer-aanpak.

Stap 1: bepaal je thema’s

We starten met het bepalen van thema’s. Dit doen we omdat we niet over producten willen praten, maar over wat een product voor iemand kan betekenen. Zo is een crm geen thema, terwijl customer engagement dat juist weer wel is. Een thema kan ook maatschappelijk zijn, zoals arbeidsparticipatie. Als organisatie wil je herkend en erkend worden op één of meerdere thema’s. Als je dit voor elkaar krijgt, heb je recht van spreken en kun je het gesprek aangaan met influencers. Neem Deloitte, zij willen graag erkend worden op het onderwerp security. Door het plaatsen van relevante content weten zij het onderwerp naar zich toe te trekken, met als gevolg dat Deloitte een gesprekspartner is geworden op dit thema. Tot slot nog een open deur bij de eerste stap: bepaal thema’s die op dit moment leven bij je doelgroep en relevant zijn voor jouw organisatie.

Als organisatie wil je herkend en erkend worden op één of meerdere thema’s.

Stap 2: koppel medewerkers aan je thema

Als Deloitte deze content plaatst met als afzender Deloitte, zal het niet zomaar duidelijk zijn wie er nu echt kennis heeft van dit thema. Is het ingekochte content of daadwerkelijk een persoon binnen het bedrijf met deze kennis en visie? En zo ja, wie is die persoon? Plaats daarom een gezicht achter de content. Want mensen leggen contact met mensen, niet met een logo.

Maak een logische match

Als je eenmaal een thema hebt gekozen, koppel er dan medewerkers aan. Als het goed is, past het thema bij de visie van je organisatie en zou het niet moeilijk moeten zijn medewerkers te vinden die dit thema reeds eigen hebben gemaakt. Bij een retailer zou het thema customer centricity kunnen zijn, waarbij het logisch is als de eindverantwoordelijke voor webcare een passie heeft voor dit onderwerp en een duidelijke visie heeft op hoe je met klanten omgaat. Zo ga je op zoek naar matches binnen je bedrijf. Een voorwaarde is dat deze match echt klopt en dat de persoon in kwestie zich hier comfortabel bij voelt.

Mensen leggen contact met mensen, niet met een logo.

Stap 3: bepaal de rol van je medewerker

Als je een thema hebt gekozen en daar de juiste medewerkers aan hebt gekoppeld, ga je kijken naar de rol van de medewerker. Ik heb een influencer model gemaakt die hierbij kan helpen. Hierin onderscheiden we de volgende rollen:

Social savvy’s

Deze medewerkers begrijpen social media goed en weten dit in te zetten om zichzelf te profileren, connecties te leggen en gesprekken te voeren met personen binnen en buiten de organisatie.

Subject matter experts

Dit zijn medewerkers die binnen de organisatie worden herkend en erkend op een bepaald thema. Deze persoon houdt bijvoorbeeld sessies over dit thema, is actief op een platform als Yammer en staat in de schijnwerpers op company meetings of andere interne activiteiten.

Thought Leader

Michael Brenner definieert een thought leader als “Thought Leadership is simply about becoming an authority on relevant topics by delivering the answers to the biggest questions on the minds of your target audience.” Het gaat hier dus om medewerkers die een autoriteit zijn op een bepaald thema. Dit betekent best wel wat, bijvoorbeeld dat je artikelen of zelfs boeken schrijft over dit onderwerp, dat je wordt uitgenodigd om te spreken op conferenties, onderdeel bent van panels, in dialoog bent over dit onderwerp op social media. Maar het betekent ook dat je een netwerk om je heen hebt met geïnteresseerden, gelijkgestemden en influencers.

Spokespersons

Spokespersons (woordvoerders) zijn de medewerkers die getraind zijn om de pers te woord te staan. Dit kan zowel een interview zijn in De Telegraaf, een quote voor Het Financieele Dagblad of een optreden in Vara Kassa.

Deze rollen staan in het model in een piramide. De bedoeling is dat iedere rol in de piramide de eigenschappen beheerst van de rollen eronder. Een thought leader zal dus ook intern erkend moeten zijn op het gekozen thema en – net als de social savvy’s – social-mediaskills moeten hebben en hier actief op zijn.

Influencer Model - Internal Influencers - Stéphan Lam (2015)

Plaats de medewerkers in het influencer model

Per thema ga je per medewerker bepalen welke rol hij of zij speelt. Een medewerker die alleen op social media actief is, die plaats je dus onder de social savvy’s, een medewerker die regelmatig spreekt over het thema op conferenties, is een misschien al een thought leader. Er kunnen gerust meer personen zijn op eenzelfde thema, bij voorkeur met verschillende rollen.

Het kan zijn dat een thought leader nog helemaal niet actief is op social media. Daar is dus werk aan de winkel. Dit pakken we later op bij het bepalen van de competenties van de collega’s. Ook is het mogelijk dat je niemand hebt gevonden bij een bepaalde rol. Je doet er dan wellicht goed aan deze rol toch in te gaan vullen.

Voor het gemak noem ik in het verdere artikel de geselecteerde medewerkers ‘thought leaders’. Dit betekent niet dat ze dit al zijn, maar we gaan hen helpen een thought leader te worden. Ik wil kort nog iets kwijt over thought leaders in de volgende paragraaf.

Thought leaders kun je niet creëren

Tijdens het hele artikel heb ik het over thought leaders. En ik hoor je denken: “Je bént toch een thought leader, of je bent het niet?” Je hebt gelijk. Maar, het beestje heeft toch een naampje nodig en thought leader vind ik het beste passen. Wat in ieder geval mogelijk is, is een medewerker helpen zijn potentie zo goed mogelijk te benutten en hem of haar te helpen zich te profileren op een bepaald thema. Ik had ook kunnen kiezen voor de term trusted authority, die volgens sommigen beter zou passen.

Stap 4: breng de ‘buitenwereld’ in kaart

De Forrester Peer Influencer Pyramid dateert alweer uit 2011, maar onderscheidt wat mij betreft nog steeds op een goede manier de verschillende typen influencers. Ik geef er een kleine twist aan door er drie zaken aan toe te voegen: organisaties, pers en politiek. Hieronder volgt een korte uitleg per onderdeel.Influencer Model - External Influencers - Stéphan Lam (2015)

Social broadcasters

Deze personen hebben een groot bereik, maar worden over het algemeen relatief slecht vertrouwd door het publiek. Denk aan een bekende zanger die zich laat sponsoren door koffie van Douwe Egberts. Weinig mensen zullen hem echt geloven als hij op social media vertelt dat dit de beste koffie is die hij ooit heeft gedronken.

Mass influencers

Dit zijn mensen met een bovengemiddeld bereik. Deze personen worden vaak erkend op een onderwerp, bijvoorbeeld life hacking, koken, security of gamen. Ze hebben een relatief groot bereik en worden geloofd door anderen, omdat ze zich authentiek opstellen. De mass influencers zijn onder te verdelen in twee groepen:

  • Mass mavens: deze personen plaatsen content, veelal langere opiniestukken. Deze stukken kenmerken zich door verdieping en zijn dus niet oppervlakkig van aard.
  • Mass connectors: in tegenstelling tot de mass mavens publiceren deze beïnvloeders veelal korte stukken content, met doorgaans minder diepgang. Mass connectors hebben een vrij groot bereik.

Potential influencers

Dit zijn mensen die wel invloed hebben, maar niet naar een extreem grote doelgroep. Dit kan de gewone consument zijn. Denk aan personen die reviews schrijven op Tripadvisor, vergelijkingswebsites of websites van retailers. Ook hebben zij invloed op de gangbare social-mediakanalen zoals Facebook, maar natuurlijk ook in het dagelijks leven, zoals bij familie en (sport)verenigingen.

Toevoeging: organisaties, pers en politiek

Naast de influencers, onderscheiden we organisaties, pers en politiek. Of beter gezegd: mensen die werkzaam zijn bij organisaties, journalist van beroep zijn of actief zijn in de politiek. Deze personen zijn soms niet heel zichtbaar voor de buitenwereld, maar hebben ‘onder water’ invloed in een organisatie, in de pers of in de politiek.

Voor ieder thema ga je in samenwerking met de thought leaders voor dat thema aan de slag om de ‘buitenwereld’ in kaart te brengen. Met zoeken in zoekmachines, social media-monotoringtools en vakbladen selecteer je de social broadcasters, mass influencers en organisaties, pers en politiek. Let op! Dit is een continue veranderend landschap en de verantwoordelijkheid zal vooral moeten liggen bij de persoon die aan zijn of haar netwerk moet gaan bouwen. De marketing- en/of communicatieafdeling is hier slechts ondersteunend in.

Stap 5: help je medewerkers met het verkrijgen van invloed

We hebben nu thema’s gekozen, die kloppen met de visie van de organisatie. Daaraan hebben we mensen gekoppeld, die kennis en passie hebben voor de gekozen thema’s. We hebben ook de influencers in kaart gebracht. Nu kunnen we echt aan de slag. We gaan de medewerkers helpen om meer autoriteit te krijgen op de thema’s. Ik noem het ‘helpen’, want uiteindelijk moeten ze zelf het werk doen en ben je hier slechts ondersteunend bij.

Een medewerker is zelf verantwoordelijk voor zijn of haar netwerk. Niet de marketing- of communicatieafdeling.

Bepaal de competenties en leid op

Het kan zijn dat deze medewerkers al actief zijn op social media over een thema en misschien bloggen ze er al over. Mogelijk bezoeken ze geregeld conferenties, of spreken ze er zelfs. Het is daarom van belang om per thought leader te kijken wat zijn of haar activiteiten en competenties al zijn en welke er nog ontbreken. Aan de hand hiervan ga je ze ondersteunen met trainingen, informatie en advies. Organiseer social-mediatrainingen, social spreekuren, blogtrainingen, presenteercursussen en help ze met storytelling, zowel online als offline.

Houd er rekening mee dat iedere thought leader een andere stijl heeft. De een is handig met 140 karakters, terwijl de ander ander zo een blog op papier zet. Probeer ieders unieke stijl te ontdekken en bouw hier op voort. Benut talenten van je medewerkers.

Informatievoorziening

De thought leaders zijn daarnaast geholpen met de juiste informatie. Help hen met het in kaart brengen van influencers en voorzie ze van alerts als er over het thema gesproken wordt op social media. Social-mediamonitoring is daarom een belangrijk hulpmiddel om snel in te kunnen spelen op ontwikkelingen. Voorzie de thought leaders van marketingmaterialen en content die voor hen van belang zijn.

Contentcreatie

Contentcreatie is een essentieel onderdeel van dit traject. Content kan in allerlei vormen en maten gemaakt worden, zoals artikelen, whitepapers, blogs, video en social-mediacontent. Natuurlijk willen we dat de thought leaders content schrijven, of in ieder geval een rol spelen in de content die gepubliceerd wordt. Denk aan blogs, door hen geschreven. Ook kun je een interview van hen plaatsen. Laat de thought leaders zien met fotografie. Zij zijn het gezicht achter de thema’s en de personen die een autoriteit moeten worden op deze thema’s.

Toon de gezichten achter je organisatie.

Met contentcreatie kun je zo creatief worden als je zelf wilt. Wat dacht je van een duo-interview met een collega en een influencer? Of koppel de thought leader aan een campagne of evenement.

Verbinden

Uiteindelijk draait het om het netwerk van de thought leader. In het influencer model staat tussen de interne en de externe influencer een omgekeerde piramide. Deze geeft aan dat hoe hoger een medewerker in de piramide (links) zit, hoe meer hij of zij in contact moet staan met de influencers in de externe pyramide (rechts). De percentages in het model zijn natuurlijk niet exact, het gaat erom dat een thought leader de meeste influencers kent en met een belangrijk deel in contact staat.

De thought leaders zullen hun netwerk zelf moeten opzetten en onderhouden. Hier spelen niet alleen de social-mediaskills een rol, waar connecten via LinkedIn en volgen via Twitter natuurlijk logische stappen zijn, maar ook de offline skills. Want elkaar in de ogen kijken, de hand schudden en echt in gesprek zijn is de belangrijkste connectie die er bestaat.

Klik op het influencer model voor een grotere versie

Stap 6: versterk je medewerkers

Je medewerkers zijn nu aan de slag gegaan met het maken van content, waaronder bijvoorbeeld blogs. Dit delen ze via social media met hun volgers. Als hun netwerk in orde is, kunnen we aannemen dat de juiste mensen binnen het netwerk worden bereikt. Toch kan marketing helpen om de medewerker een extra podium te geven. Dit kan door het sponsoren van de content op de juiste kanalen, getarget op de juiste doelgroep. Ook kan public relations helpen de content ook op externe kanalen te plaatsen, zodat het ook buiten de eigen kanalen wordt verspreidt.

Influencer Marketing voorbeeld

Een voorbeeld van hoe marketing kan helpen om een medewerker een extra podium te geven.

Een belangrijke voorwaarde voor deze influencer-strategie is daarom dat de eigen social-mediakanalen goed op orde zijn en dus garant staan voor een juist bereik. Denk aan een LinkedIn company page, maar ook een goede blogomgeving. Hierop kun je ook de profielen versterken van de medewerkers, door het maken van auteurspagina’s, met daarin een biografie en hun persoonlijke social-mediakanalen. Op die manier kunnen lezers makkelijk contact zoeken met de auteurs van de content en gerelateerde content vinden.

Stap 7: meet succes met de ‘influencer marketingscore’

Hoe weten we nu of een thought leader op een juiste manier zijn of haar thema vertegenwoordigd? Hoe weten we of die persoon invloed heeft? Een Kloutscore, of andere invloedscore alleen, zegt niet zo ontzettend veel. Daarom heb ik een methode bedacht die hierbij helpt. Ik noem deze de ‘influencer marketing score’. Deze methode is eigenlijk heel simpel: je meet op een aantal onderdelen hoe iemand scoort op de eerste pagina van Google. Denk aan de volgende zaken:

  • Hoeveel van de negen links wijzen naar deze persoon als ik op zijn of haar naam zoek?
  • Op hoeveel van de zes foto’s staat de thought leader als ik op naam zoek?
  • Verschijnt er een link naar de profielpagina op de corporate blog van deze persoon in de resultaten als ik op naam zoek?
  • Als ik op thema en bedrijfsnaam zoek, komt de thought leader dan naar boven?

Meet ook andere zaken als:

  • Wordt de thought leader op LinkedIn endorsed op het thema?
  • Staat het thema in de bio van de thought leader. En op zijn of haar LinkedIn-profiel?
  • Invloedscore.
  • etc.
Google meting

Een voorbeeld: als ik zoek op mijn eigen naam, komt social media goed naar voeren.

Deze meting voer ik uit in incognito-modus en de resultaten houd ik bij in Excel. De eerste meting wordt gezien als een 0-meting. Vervolgens doe ik om de zoveel tijd een nieuwe meting per thought leader om zo progressie te kunnen zien. Ik vergelijk de thought leaders nooit met elkaar, omdat ieder persoon specifieke kenmerken heeft. Zo kan een naam heel uniek zijn, of juist vaker voorkomen. In mijn geval is er nog een Stéphan Lam, zoals je in bovenstaand voorbeeld kunt zien. Ook zijn sommige thema’s meer niche dan andere. Bovendien is het geen onderlinge wedstrijd.

3 zaken die ik je nog wil meegeven

1. Commitment

Zoals je ziet ga je met deze method dwars door je hele organisatie. En niet alleen dat, je vraagt ook nogal iets van je collega’s. Iets waar je zeker tegenaan zal lopen zijn de geen-tijd en geen-prioriteit argumenten. Daarom heb je commitment nodig van het management. Zij moeten jou helpen dit te verwezenlijken. Dit kan door de activiteiten van een thought leader op te nemen in de commitments, te belonen wanneer de thought leader het goed doet en hem of haar de ruimte en de tijd te geven hierin actief te zijn. En niet te vergeten, goed voorbeeld doet volgen.

Commitment is what transforms a promise into reality. – Abraham Lincoln

2. Iemand die van bedrijf wisselt

Deze strategie vergt een aardige investering in medewerkers. Maar wat als een medewerker ergens anders gaat werken, is alle moeite dan voor niets? Mijn antwoord is eenvoudig: als de medewerker altijd oprecht is geweest en hij of zij vertrekt, dan heb je plotseling een externe influencer. Tel uit je winst.

3. Dit is geen social-mediaproject

Het is je misschien al opgevallen, maar dit is geen social-mediaproject. Ten eerste gaat dit verder dan social media, zelfs verder dan online. Je bent met deze aanpak actief met mensen bezig en je bent je organisatie aan het veranderen. Schakel daarom voortdurend met de juiste personen binnen je organisatie. Denk aan interne communicatie, hr, pr en het management. Alleen op die manier wordt dit een succes. Ten tweede, het is geen project, maar een programma. Als je eenmaal deze richting bent ingeslagen, dan heeft het geen einde zoals een project.

In de goede richting

Hopelijk geeft dit artikel en het bijbehorende influencer model je richting in hoe je een influencer-strategie kunt opzetten voor de B2B-markt. Heb je nog aanvullende vragen of opmerkingen? Laat het hieronder weten. Denk je dat het anders kan of moet, dan hoor ik het ook graag van je.

 

Influencers: ze zijn dichterbij dan je denkt

Deze blog verscheen eerder op Marketingfacts.

Veel merken gaan effectieve samenwerkingen aan met influencers. Toch is het goed om naast deze samenwerkingsverbanden ook binnen je eigen organisatie te kijken. Want juist je collega’s hebben kennis van de visie van je bedrijf, de producten, diensten en services, de markt en klantbehoeften. En ook zij hebben invloed en kunnen een brug slaan naar externe influencers. Zo ontstaat er een echte – authentieke – relatie met influencers, gebaseerd op passie, inhoud en interesse. Bouw zowel online als offline aan de invloed van je medewerkers, zodat zij een menselijke connectie kunnen leggen met externe influencers.

De basis: employee advocacy

Een manier om collega’s in te zetten is in de vorm van employee advocacy-programma’s. Met een employee advocacy-programma wordt personeel ingezet om over het merk te praten. Tools als Social Chorus of Sociabble worden gebruikt, van waaruit medewerkers socialmediaberichten van hun bedrijf kunnen kiezen en delen met hun volgers.

Volgens een recent onderzoek van marketingbureau Hinge in de Verenigde Staten zet 31 procent van de grote bedrijven in dat land een dergelijk programma in. In Nederland zijn hiervan geen getallen bekend, maar vermoedelijk lopen we achter. Volgens het onderzoek draagt employee advocacy bij aan het verkrijgen van nieuwe klanten en het genereren van meer omzet.

De employee advocacy-val

Geregeld gaat employee advocacy niet verder dan dat, het delen van berichten vanuit het bedrijf. Dat kan resulteren in ‘papegaaicontent’, waarbij content blindelings wordt gedeeld door medewerkers. Gemotiveerd door punten, een ranglijst, badges en soms zelfs gadgets, gaan medewerkers voor kwantiteit. De tools meten hoevéél men deelt, niet de kwaliteit ervan.

Zo veranderen medewerkers in mini-marketeers en worden ze de personificatie van marketinguitlatingen. Twitteraccounts staan vol met lofprijzingen over het eigen merk en missen iedere vorm van authenticiteit. Zoals Tristan Lavender al eerder stelde: medewerkers zijn geen distibutiekanaal.

Van advocacy naar conversatie

Natuurlijk is er niets mis aan het idee van employee advocacy, het moet echter wel verder gaan dan het introduceren van een tool en gamification. Werk daarom aan een juiste cultuur gebaseerd op vertrouwen, zodat de medewerkers vrijheid voelen zich te uiten, zonder de angst dat fouten worden afgestraft.

Leer mensen gebruik te maken van social media en stimuleer, naast het delen van berichten, vooral dat ze zelf berichten plaatsen. En verhalen. Zorg dat men weet hoe je online een goede conversatie voert, laat hen nadenken over hun personal brand.

Zo zette mijn werkgever Microsoft Nederland tijdens de lancering van Windows 8 haar personeel in om de conversatie aan te gaan met klanten. Social media stonden bol van de meningen over het nieuwe product, mensen vonden het helemaal niets of juist fantastisch.

Medewerkers werden getraind om zelf de conversatie aan te gaan met (potentiële) klanten. Vanuit hun persoonlijke accounts gingen zo’n honderd medewerkers in gesprek op social media. Niet per se om problemen om te lossen, maar om te reageren op twijfels, trots en juist ook om blije klanten te bedanken. Tot op de dag van vandaag voeren medewerkers actief conversaties op social media.

Employee-generated content

Bij employee advocacy zien we dus vooral de medewerker marketingboodschappen amplificeren, al dan niet met zijn of haar eigen sausje eroverheen. Je kunt het ook omdraaien. Vraag de medewerker content te maken en verspreid dit met de beschikbare middelen van marketing. Hier ontstaat een andere dimensie. Lees hieronder de verschillen tussen employee advocacy en ‘employee-generated content’:

Employee advocacy Employee-generated content
Marketing creëert, medewerker amplificeert Medewerker creëert, marketing amplificeert
Content vanuit het merk Content vanuit de medewerker
Marketingboodschap wordt herhaald Visie medewerker wordt versterkt
(Meestal) niet authentiek Authentiek
Toont geen expertise van medewerker Toont expertise van medewerker
Geeft niet veel vertrouwen Geeft vertrouwen
Het gaat al snel over het merk Het gaat over inhoud
Geringe betrokkenheid medewerker Hoge betrokkenheid medewerker
Kan als vervelend worden ervaren Niet snel als vervelend ervaren
Toont een logo Toont een gezicht
Beloning: punten of een badge Beloning: eyeballs op content

Soms is het makkelijker content te maken vanuit marketing, dan het aanzetten van medewerkers. Sowieso zullen niet alle medewerkers in staat zijn om zelf een goede blog te schrijven, of een video te maken. Het verhaal zal misschien wel in iemands hoofd zitten, maar om het kwalitatief ‘op papier’ krijgen is toch wel even wat anders. Ondersteun ze daarom en laat ze vooral ook wennen aan het creëren van content.

Hieronder een voorbeeld.

#10dagen met Niels

Doen is leren. Faciliteer daarom een omgeving waarin medewerkers leren hun verhaal te vertellen. Dit kan in een veilige, interne omgeving als Yammer, maar ook op een extern kanaal kun je relatief veilig aan de slag. Zo heb ik bij Microsoft de campagne #10dagenmet gestart, waar een medewerker tien dagen lang op zijn of haar eigen account mag vertellen hoe hij of zij het werken bij Microsoft beleeft. Na een briefing mag de medewerker aan de slag, een hulplijn is ieder moment aanwezig. Wanneer de foto en tekst geschikt zijn voor een groter publiek, wordt deze doorgezet naar het Nederlandse Instagram-account van Microsoft.

In ongeveer vier maanden hebben zes medewerkers meegedaan. Dit leverde 62 authentieke posts, duizenden likes en een bereik van 35.000 mensen op voor het Instagram-account van Microsoft Nederland. Prima resultaten natuurlijk, maar het gaat in dit geval niet om de likes en het bereik, maar juist om medewerkers te leren met social media om te gaan en hun verhaal leren te vertellen.

#10dagenmet Niels: 100 procent employee-created content bij Microsoft Nederland

Van employee-generated content naar influencer marketing

Zijn je medewerkers social savvy en actief op social media? Zijn ze in conversatie? Is een select aantal medewerkers serieus aan de slag met content? Dan heb je een kweekvijver gegenereerd voor influencers. Immers, deze mensen weten hun eigen visie en verhaal te verwoorden, maken content (al dan niet met behulp van marketing) en hebben een platform, waardoor er veel ogen op hen gericht zijn. Nu is het tijd voor ‘connecting the dots’.

Maak gebruik van owned en paid media

Al die sociale kanalen heb je niet voor niets neergezet. Dit wordt nu het podium voor je medewerkers, met als bijkomend voordeel dat mensen het gezicht achter het logo gaan zien. Zet paid media in om meer mensen te bereiken en – vooral – de juiste mensen.

Plaats content buiten je eigen platform

Naast je eigen kanalen ga je ook op zoek naar andere plekken waarop het logisch is om over een bepaald onderwerp te praten. Maak afspraken met websites, kranten, tijdschriften, etcetera. Dit doe je samen met de PR-afdeling.

Plaats ze letterlijk op een podium

Als een medewerker ook in staat is goed te presenteren, zoek dan een podium om op die manier mensen te bereiken. Laat hem of haar spreken op een intern company event of als gastspreker op een congres. Op die manier vergroot je de invloed van deze persoon.

Laat ze aan het woord

Binnen je organisatie zijn er mensen die de woordvoering mogen doen, als het op een bepaald onderwerp, product of thema aankomt. Train je medewerker in woordvoering.

Help met het verbinden met externe influencers

Breng in kaart wie influencers zijn en zorg dat je medewerker zich aan hen verbindt. Maak influencer mappings en zorg dat deze altijd up-to-date zijn. Leer de medewerker hoe hij of zij het beste kan connecten en engagen via social media. Op die manier wordt er aan het netwerk van de medewerker gebouwd en zo kan hij of zij werken aan een relatie met externe influencers.

Meet de invloed

Meten, altijd lastig. En al helemaal als het invloed betreft. Er zijn verschillende tools of platforms beschikbaar die invloed meten, zoals Klout, maar die zijn niet specifiek genoeg. Ikzelf kijk naar hoe hoog een persoon scoort op de eerste pagina van Google. Daarbij kijk ik ook of het onderwerp of thema daar ook duidelijk naar voren komt. In dit artikel ga ik daar iets dieper op in.

Aan de slag

Leg je eigen influencerstrategie eens onder een vergrootglas en bekijk eens welke kansen er binnen jouw organisatie liggen. Je zult verbaasd staan van de talenten en de passie van je collega’s. Zet ze in, help ze invloedrijk te zijn en laat hen een brug slaan naar externe influencers. Denk verder dan alleen online en help ze dus ook offline een podium te pakken. Op die manier zal het lijntje met externe influencers korter zijn. Sterker nog: je hebt als organisatie je eigen influencers in huis.

Zonder moderatoren zou het internet een chaos zijn.

Ze zijn niet heel zichtbaar, maar ze zijn er in grote getale; moderatoren op internet. NRC Next schreef al eerder over hoe moderatoren van Facebook omgingen met beledigingen aan het adres van Erdogan. Het gaat dus niet altijd goed. Begrijpelijk als je de artikelen hieronder leest over de mensen die het internet schoon en leefbaar proberen te houden, waar ze mee stoeien en hoe ze tegen hun baan aankijken.

“In response to the film Fifty Shades of Grey, Pinterest was hustling to develop new BDSM standards”

Lang, maar geweldig artikel over ‘moderatoren’, mensen die achter de schermen posts afkeuren. Welke keuzes worden er gemaakt en op basis waarvan? Wat doet alle nare content met een moderator? En heb je bepaalde aannames over moderatie? Grote kans dat die verkeerd zijn. Lees “The secret rules of the internet”

“The conversation has to become better. We need to change behaviours.

Er zijn steeds meer websites die comments uitzetten. Sommigen zeggen dat Facebook en Twitter betere plekken zijn om een discussie te voeren dan op een site zelf. De oud-moderator van The Guardian pleit voor communities op nieuwssites, ondanks dat sommige mensen zijn baan de slechtste van de wereld vinden. Er verschijnen misschien wel 70.000 berichten per dag op de site, waaronder trolls en haters. Toch verschijnen er prachtige discussies. Lees: Moderator: slechtse baan van de wereld?

“The scariest thing is when you talk to your friends and they are repeating the same things you saw in the technical tasks, and you realise that all this is having an effect.”

Oud-medewerkers die vanuit een schimmig Russisch trollhouse opereerden doen een boekje open over de georganiseerde anti-westerse online activiteiten. Hierachter schijnt het Kremlin te zitten. Het lijkt nog resultaat te hebben ook. Eng. Het internet heeft moderatoren hard nodig. Lees: Georganiseerde Russische trollen

FacebookReportingGuide

Een infographic die laat zien wat er gebeurt wanneer er een bericht is gemarkeerd als ‘Report’ of ‘Mark as Spam’. Bekijk de Infographic: Facebook Reporting Guide

Dit is hoe ik een half jaar lang #voorjougelezen verstuurde

Wekelijks verstuur ik een mailing onder de naam #voorjougelezen naar een groep geïnteresseerden met daarin artikelen waarvan ik het waard vind ze te delen. Dit doe ik nu een half jaar. Graag blik ik met je terug met behulp van een infographic en vertel ik meer over mijn aanpak.

 

Mijn aanpak

De drie regels voor een mailing met kwaliteit

Allereerst deel ik drie regels met je die ik ten allen tijde hanteer. Ik wijk hier nooit van af. Dit vormt de basis van mijn mailing en ik denk dat ik hiermee een bepaalde kwaliteit waarborg.

Regel 1: Ik lees alles echt

“We hebben geen correlatie gevonden tussen social shares en of mensen artikelen ook echt lezen”, schreef Tony Haile van Chartbeat op Twitter. The Verge weidde vervolgense een compleet artikel aan het feit dat veel mensen content delen, zonder het gelezen te hebben. Ik ben mijn wekelijkse mailing begonnen met één duidelijke afspraak: ieder artikel dat ik deel via deze weg is van a tot z door mij gelezen.

Regel 2: Ik deel alleen als ik het waard vind om te delen

Opvullen is uit den boze. De verleiding is groot om een nieuwsbrief te vullen om het vullen. Dat betekent dat er concessies gedaan worden aan de kwaliteit. In mijn mailing plaats ik alleen zaken die ik écht waard vind om te delen. Andere artikelen vallen af. Het kan dus zomaar voorkomen dat mijn mailing de ene week een stuk korter is dan anders.

Regel 3: Ik deel wat ik wil

Er is een aantal thema’s die mij interesseren. Zoals marketing, muziek, social media en sport. Over deze zaken lees ik veel. Maar als ik toevallig een mooi verhaal tegenkom die er totaal niets met deze thema’s te maken heeft, dan zijn er voor mij geen grenzen. Ik deel wat ik wil, zolang het maar voldoet aan mijn regel 1 en regel 2. Deel ik een artikel van het bedrijf waar ik werkzaam ben? Dan deel ik het omdat ik vind dat je het moet lezen. Negeer ik een tip van een lezer? Dan deel ik het niet omdat ik niet vind omdat je het moet lezen.

Hoe ik aan content kom

Het is eigenlijk heel makkelijk, ik ben actief op social media en daar staan regelmatig posts met verwijzingen naar goede artikelen. Daarnaast volg ik een groot aantal RSS-feeds met behulp van feedreader Netvibes. Ook volg ik diverse nieuwsbrieven en ga ik actief op zoek naar artikelen op sites als Medium en LinkedIn. Soms maak ik eenvoudig gebruik van een zoekmachine om te zoeken op een bepaald onderwerp dat mij interesseert. Ook hou ik bepaalde influencers in de gaten en bekijk welke artikelen zij delen of markeren als favoriet.

In een half jaar meer dan 350 artikelen lezen, hoe doe ik dat?

Het klinkt misschien veel, maar het lezen van ongeveer twaalf artikelen per week is nog geen eens twee artikelen per dag. Als je tussen de vijf en tien minuten per artikel leest, dan kom je hoog uit op twintig minuten per dat uit.

Wel hanteer ik een methode voor mijzelf, deze lees je in het artikel “Lezen zonder afleiding: hoe kom je in de prikkelvrije zone?” Hierin beschrijf ik het verschil tussen lezen en surfen en leg ik uit hoe ik mijn e-reader gebruik om met volle aandacht te kunnen lezen.

Hoe blij ik in een ritme?

Het systeem waarin ik mijn mailing schrijf (van de Nederlandse startup Revue), verlangt van mij dat ik een bepaalde dag kies om hem uit te sturen. Dat dwingt mij tot een bepaald ritme. De dag van versturen is donderdag geworden. Dat maakt dat ik donderdag, vrijdag en zaterdag vooral artikelen zoek en dat ik zaterdag, zondag en maandag vooral veel lees. Dinsdag en woensdag gebruik ik om mijn mailing verder samen te stellen (al merk ik dat ik dat steeds meer gespreid over de week doe tegenwoordig.) Donderdag rond ik hem af en verstuur altijd rond elf uur ’s ochtends.

Ritme is niet alleen goed voor mij, maar ook voor de ontvanger. Die weet dat er iedere donderdag rond de klok van elf een mail binnenkomt met goede artikelen.

Infographic: terugblik 2015

Hieronder staat een infographic met een terugblik van #voorjougelezen van 2015, waarmee ik in juni 2015 begon.


 

Wil je mijn wekelijkse #voorjougelezen mailing ook ontvangen? Bekijk dan hier eerdere issues om een idee te krijgen en schrijf je in.


 

voorjougelezen 2015

 

Wil je mijn wekelijkse #voorjougelezen mailing ook ontvangen? Bekijk dan hier eerdere issues om een idee te krijgen en schrijf je in.

Deze 4 links geven je productiviteit een boost

productiviteit

In de timesqueeze waarin we zitten zijn we allemaal op zoek naar manieren om productiever te werken. Hieronder vier links die je gaan helpen meer uit je tijd te halen. Geef je productiviteit een boost!

Hoe werk je 40 uur in 16,7 uur? #pomodoro
Echt weer zo’n titel dat je denkt: het zal wel. De auteur van dit stuk heeft echter wel een punt. We kunen veel effectiever werken. Zijn oplossing: de Pomodoro Technique. Een methode die ik zelf geregeld toepas. Hiermee schiet mijn productiviteit omhoog. Het vereist wel wat discipline om het vol te houden. Aan het einde van het artikel staan ook links naar de methode. Mijn advies: probeer het eens uit zoals het hier beschreven wordt. Klein beginnen.

Het verschil tussen productief voelen en productief zijn
Er is een verschil tussen je productief voelen en productief zijn. Volgens Jess Whittlestone gaat het er vooral om hoe goed je hebt doordacht welke dingen je doet. Ze geeft een aantal voorbeelden welke vragen je jezelf kunt stellen om te controleren of je goed bezig bent. Zet aan tot nadenken.

Een out-of-the-box productiviteitstruc
Deze insteek vind ik creatief. in plaats van een To-Do lijstje kun je ook een To-Don’t lijstje maken. Dat niemand daar eerder op gekomen is.

 

“No one complains of having spent an entire day doing ‘productive work’. Busywork, on the other hand, is mindnumbing.” – Seth Godin

Het verschil tussen productief zijn en het druk hebben
Seth Godin heeft zo zijn eigen kijk op productiviteit. Veel mensen klagen dat ze het druk hebben, maar zijn ze wel productief?

Deze links verschenen eerder in mijn wekelijkse mailing #voorjougelezen. Je kunt je erop abonneren.

‘Ongepaste posts’ van merken tijdens aanslagen? Gun de social media manager de ruimte.

Aanslagen. Ze zijn verschrikkelijk. Zoals ook recent de aanslagen in Parijs. Op social media zijn we op zoek naar nieuws, lezen we noodkreten van slachtoffers en uiten we onszelf. We begrijpen het niet, zijn verdrietig, terneergeslagen, sprakeloos en boos.

Terwijl we door onze tijdslijn scrollen zien we een mix van nieuws en berichten. Bij sommige twitteraars is het nieuws nog niet helemaal doorgedrongen, of men is niet bewust van de ernst. Bij anderen speelt het minder, omdat ze aan de andere kant van de oceaan wonen. Sommige mensen weten simpelweg nog niet dat het gebeurd is.

Wanneer ik bijvoorbeeld op mijn eigen tijdlijn kijk, dan voelt het vreemd wanneer mensen op zo’n moment blije dingen posten, of zelfs over volstrekt andere onderwerpen posten. Het leven gaat gewoon door, terwijl er vreselijke dingen gebeuren in de wereld. Maar wat doen mij nu die ‘5 content marketing tips’ wanneer ik weet dat er exact op hetzelfde moment fans van Eagles of Death Metal worden neergeschoten?

Een aanslag overrompelt ons. Bij sommigen rollen parallel aan de gebeurtenis de tranen van hun wangen van het lachen tijdens een comedy in de bioscoop. Anderen kijken vol adrenaline naar een basketbalwedstrijd. Mensen gaan op in een trouwerij, een feest of een concert en delen dit met de buitenwereld zonder dat de buitenwereld bij hen naar binnenkomt.

Iemand in Bataclan kan vrolijk een foto van het concert Instagrammen, terwijl er in Stade de France de bommen afgaan.

Zo tref je ook berichten aan van bedrijven. Commerciële tweets en Facebook posts kunnen in deze situatie zeer ongelukkig overkomen. Op Twitter zie ik dat mensen zich boos maken waarom Thalys juist nú tweets verstuurt om voor 39 euro naar Parijs te reizen vanuit Brussel. ‘Slechte timing’ of ‘Lekker moment om reclame te maken #Thalys #twitter #paris #fail https://t.co/SmEx1iE5Q2’ zijn zomaar wat reacties.

Slechte timing, maar veel Tweets en Facebook posts zijn van te voren ingepland. Campagnes op Twitter, zoals de Thalys-campagne, lopen dagenlang door. Deze zijn zorgvuldig geplaatst door social media managers, al dan niet in samenwerking met gespecialiseerde bureaus. Het werk is gedaan vóór de aanslag, zonder de wetenschap dat er een aanslag gaat komen.

Social media managers zijn ook wel eens offline. Of misschien zijn ze juist heel hard bezig de personen te bereiken die de reeds lopende of geplande boodschap uit moeten zetten. Want dat kan bij social media, iets uitzetten. In tegenstelling tot bijvoorbeeld honderden abri’s verspreid over de Randstad.

Veel bedrijven hebben de policy dat ze voor enkele dagen ‘op zwart’ gaan bij een aanslag of ramp. Maar hier kunnen foutjes gemaakt worden. Een campagne kan over het hoofd worden gezien, de juiste persoon is niet bereikbaar of er zit iemand aan de knoppen die niet eerder een dergelijke situatie heeft meegemaakt. In plaats van verontwaardigd te zijn over merken die ‘ongepaste content’ plaatsen op social media, kun je jezelf ook afvragen of je eigen verontwaardiging niet een beetje ongepast is. Is dit nu echt waar je je op dat moment druk over wil maken?

Geef de social media manager een beetje de ruimte. Gun elkaar de ruimte.

3x artificial intelligence: robots in overtreffende trap

Robots worden niet alleen steeds handiger, ze worden ook steeds slimmer. Ik heb drie interessante artikelen voor je verzameld over deze ontwikkeling. Het begint met wat onschuldige handelingen van robots, vervolgd door een zelfbewuste robot en het eindigt met misschien wel het meest ultieme dat we in de toekomst ooit normaal gaan vinden: sex met een robot.
A.I. 1: Robo pingpong

Stanford University plaatste een video van pingpongende robots in het Artificial Intelligence Laboratory. Bekijk de vermakelijke video met meer opdrachten van studenten die de toekomst hebben!
A.I. 2: Robots tonen zelfbewustzijn

Het kan nog een stapje verder. In een test laten onderzoekers van het Rensselaer Polytechnic Institute AI and Reasoning Lab, hoe een robot zelfbewust is van zijn daden. De robot had het zelf even niet door, wat op zich best aandoenlijk is. Blijkbaar kunnen robots zelflerend zijn.
A.I. 3: Artificial sexuality: een gesprek over sex met robots

AIn de film Ex Machina hebben we al gezien hoe de relatie tussen mens en robot er in de toekomst uit zou kunnen zien. (Nee ik geef geen spoilers weg, maar bekijk deze film!). Deze roundtable gaat over de ontwikkeling van Artificial Intelligence en de gedachte dat een robot straks gevoel heeft. Want als een robot kan pingpongen, dan kan hij/zij ook op andere manieren bewegen. En als hij/zij zelfbewust is, waarom zou hij/zij dan niet kunnen anticiperen? Enkele experts houden een discussie over hoe artificial intelligence gepaard gaat met sex. Heeft een robot straks écht gevoel en kan deze intiem zijn met een menselijke partner in bed? Ook als je niet van sex houdt is dit een interessant artikel.

Wil je dit soort links wekelijks in je mailbox? Schrijf je dan in voor de SLAM-click’n’scroll-mailing: https://www.getrevue.co/profile/slam/